Scheidsrechters

AANWIJZINGEN VOOR DE JUNIOR SCHEIDSRECHTER

Vóór het begin: Meld je minimaal 15 minuten voor aanvang van de wedstrijd in de jeugdkamer bij de gastheer. Kijk op het overzicht wat op tafel ligt of er geen wijzigingen zijn. Op het overzicht wat aan de kast hangt (links om de hoek) staat vermeld op welk veld je moet fluiten. Wil je je omkleden, doe dit dan in de scheidsrechterkamer. Heb je pen, papier, horloge, fluitje?

Het begin: F-junioren: 2x 20 minuten, E-junioren: 2x 25 minuten. In principe 7 tegen 7, op verzoek 8 tegen 8, géén 9 tegen 9 tenzij het erg slecht weer is en beide teams daarom verzoeken. Controleer of beide doelen goed vast staan als je die dag de eerste wedstrijd fluit. Ga voordat je naar het midden loopt naar de leider van VVSB en vraag om de wedstrijdbal (hard genoeg?). Neem die mee naar het midden en fluit dan om de spelers (en leiders) naar je toe te roepen. Als iedereen klaar staat kun je beginnen (met een fluitsignaal!). Begin in het midden (hard fluiten) en laat de bezoekende partij aftrappen of toss om de aftrap. Degene die de toss wint heeft doelkeuze, de ander trapt af. Afstand tegenpartij bij de aftrap en elke vrije schop: 5 meter.

Fluit hard, je kunt wel te zacht maar nooit te hard fluiten. Het resultaat? De spelers stoppen en kijken naar je. En dan? Geef duidelijk aan wat je bedoelt. Een duidelijk armsignaal in de richting waar het spel heengaat. Niet gaan zwaaien van links naar rechts! Maak je een fout? Maak hem dan duidelijk!! Wil je je fout herstellen? Nog een keer fluiten! Wat gebeurt er dan? Juist, iedereen kijkt. Op dat moment kun je de andere kant op wijzen en iedereen weet weer wat er moet gebeuren!

Bij blessures altijd het spel stilleggen. Loop, direct na het fluitsignaal, naar de geblesseerde speler toe zodat iedereen kan zien waarvoor je fluit (lichaamstaal). Nadat de speler weer op de been is geholpen (door de leider b.v.) kun je een vrije schop geven (bij een duidelijke aanleiding) of een scheidsrechtersbal (struikelen over een veter of zoiets).

Een achterbal mag door de doelverdediger uit de handen getrapt of gegooid worden, hinderen is niet toegestaan. Een hoekschop wordt als “halve corner” genomen. Alle vrije schoppen zijn direct.

Als je wat zegt, praat luid en duidelijk! Er zijn meer spelers die willen weten wat je zegt. Ook de ouders langs de lijn willen weten wat er in het veld gebeurt, ze zijn er heel direct bij betrokken.

Laat een inworp, die niet goed genomen wordt, door dezelfde speler opnieuw inwerpen. Vertel hoe het moet (luid en duidelijk praten!): "BAL GOOIEN, BOVEN JE HOOFD LOSLATEN, BEIDE VOETEN OP DE GROND". Wees niet te kritisch maar zeker niet te soepel. Vind je het wel goed, maar kan het beter, zeg dan luid en duidelijk: "BIJNA GOED" of: "VOLGENDE KEER BETER" en laat het spel doorgaan.

Denk aan de strafschoppenserie na afloop. Laat beide teams zich ongeveer 2 meter achter de bal en buiten de doelpalen opstellen zodat iedereen de ruimte heeft om te kijken en te schieten. Kies zelf een positie tussen de bal en de keeper, net buiten de doelpalen. Fluit (hard) als de nemer en de keeper klaar staan. Afstand: 8 meter; voor de allerkleinsten iets kleinere stappen, voor de teams met harde schutters grotere stappen nemen. Let op de verhouding tussen de keeper en de nemer, ze moeten beide een faire kans hebben de bal erin te schieten of eruit te houden.

Meld je in de jeugdkamer na afloop bij de gastheer, dan kan er voor een drankje gezorgd worden en de score bijgewerkt worden op het overzicht. In de rust wordt op het veld wat gedronken.

BELANGRIJK

BLIJF JEZELF!
FOUTEN MAKEN MAG!


 

© F.H.J. van der Ploeg

Teams

A B C D E F G M ZAT ZON

Houd mij op de hoogte